Maroes Albers (links) en Johanneke Mijnhardt (rechts) van Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Zuid-Kennemerland
Maroes Albers (links) en Johanneke Mijnhardt (rechts)

Beter van elkaar weten wat we doen

Een nauwe samenwerking tussen jeugdhulp en het onderwijs is cruciaal om zo vroeg mogelijk te signaleren of kinderen problemen hebben en om hen op tijd de juiste ondersteuning te bieden. Daarom is het onderwijs vanaf het begin betrokken bij het nieuwe proces voor de inkoop van jeugdhulp. Maroes Albers en Johanneke Mijnhardt van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Zuid-Kennemerland (PO-ZK) vertellen over regie, rollen en taken, samenwerking en de meerwaarde van de kansencirkel.

Hoe kijkt het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs naar het huidige traject voor de inkoop van jeugdhulp in Zuid-Kennemerland en IJmond? Maroes Albers, directeur-bestuurder van het Samenwerkingsverband PO-ZK: “Gelukkig worden we steeds goed betrokken. We hopen dat we straks in de dialoogfase ook voldoende ruimte krijgen om mee denken.” Maroes benadrukt het belang om samen te kijken naar wat er nodig is om de jeugdhulp te organiseren. “We moeten niet denken vanuit vaste producten, maar kijken naar wat er nodig is. We verwachten dat jeugdhulpaanbieders open staan om samen na te denken over een integraal aanbod. De afgelopen jaren hebben de gespecialiseerde scholen veel initiatieven ontwikkeld met vaste aanbieders van jeugdhulp. Het is van groot belang dat we die initiatieven kunnen blijven doorontwikkelen.”

Wat is wat jullie betreft belangrijk om in de toekomst te verbeteren?

Maroes benadrukt dat er gelukkig al veel goed gaat, maar dat er ook ruimte is voor verbetering. “We zien dat er nog veel winst te behalen is in de afstemming. We merken ook dat niet alle partijen altijd dezelfde taal spreken.” Johanneke Mijnhardt, projectleider samenwerking onderwijs en jeugdhulp noemt als voorbeeld het begrip ‘regie’: “Regie betekent in het onderwijs iets anders dan in de jeugdhulp, daardoor ontstaan misverstanden. Maroes vult aan: “We moeten beter van elkaar weten wat we wel en niet doen. Stel dat je als school signaleert dat een leerling niet lekker in zijn vel zit, waarna blijkt dat er thuis van alles aan de hand is. Als dan een jeugdhulpaanbieder met dat gezin thuis aan de slag gaat, is het handig als de school die adviezen ook kent en waar mogelijk kan toepassen.”

Centrale rol voor het kernteam

Kernteams (ook wel jeugdteams genoemd) spelen een belangrijke rol in het organiseren van preventieve jeugdhulp op scholen. In het kernteam zit een vaste groep van professionals die betrokken zijn bij een specifieke school. Met elkaar bespreekt het kernteam hoe zij samenwerken en wat er nodig is voor de leerlingen/ouders op school. Johanneke Mijnhardt is blij met de kernteams: “Doordat we alle expertises bij elkaar hebben kunnen we ook breder naar een casus kijken en voorkomen we kokervorming. We kunnen beter maatwerk leveren voor individuele casussen. We kijken ook of we preventieve voorlichting kunnen geven voor problematiek die vaker voorkomt, zoals ouderavonden over prestatiedruk en faalangst.”

CJG coach eerder betrekken

Maroes: “Scholen hebben zelf ook een rol in het verbeteren van de samenwerking. Bij zorgen of twijfels eerder de CJG coach betrekken om mee te denken over wat helpend kan zijn. Al in een vroeg stadium de expertise van de CJG coach benutten.” Johanneke vult aan dat daar ook de meerwaarde van het kernteam ligt: “In de kernteams zie je hoe complementair iedereen kan werken. Het is mooi dat het kernteam meteen al vanuit het signaleren nadenkt over wat je wel of juist niet kunt doen.”

Kijken naar de volledige leefwereld van het kind

Uit het eerder betrekken en gebruiken van elkaars expertise is nog veel winst te halen. In de regio Zuid Kennemerland onderschrijven de samenwerkende partijen het belang van de Kansencirkel hierin. Het geeft taal en een denkraam aan de ontwikkeling van kinderen. De kansencirkel bestaat uit acht samenhangende elementen die ieder kind nodig heeft om goed te kunnen opgroeien. Maroes: “Het is van belang dat je naar een kind kijkt vanuit de volledige leefwereld van het kind. Stel dat een kind moeite heeft om zich te concentreren, dan kijk je niet alleen naar het onderwijs, maar denk je ook na over de thuissituatie, vrienden of sportclubs, de sociale omgeving.” Maroes geeft aan dat er al veel gebeurt in de samenwerking tussen de sociale omgeving van de kinderen en de scholen. “Scholen organiseren bijvoorbeeld in samenwerking met het CJG ouderavonden. Sommige scholen organiseren koffieochtenden of taalcursussen voor ouders. Het is mooi als de CJG Coach verbonden aan de school daarbij betrokken is. Zo kunnen ouders gemakkelijk met het CJG in gesprek komen als ze daar behoefte aan hebben. Een  ander mooi voorbeeld  is een school die contact zoekt met het buurtcentrum, om de gedragsaanpak op beide locaties op dezelfde manier in te richten. It takes a village to raise a child…”

Tevredenheidsonderzoek

Maroes hoopt dat er in de dialoogfase voldoende ruimte is om na te denken over de rol van de school en hoe iedereen zorgt dat scholen voldoende betrokken en geïnformeerd worden. “Wij worden eigenlijk nooit structureel bevraagd over onze samenwerking met jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, terwijl dat wel een meerwaarde heeft. Andersom geldt overigens hetzelfde. Dat leidt er ook toe dat nu vaak alleen de casussen worden besproken waarin het niet goed gaat, terwijl we ook de successen met elkaar moeten vieren. Eigenlijk zou je in de contracten met de jeugdhulpaanbieders afspraken moeten vastleggen over hoe je gaat onderzoeken of scholen tevreden zijn over de samenwerking.” Johanneke vult aan: “Ons doel is een ononderbroken ontwikkellijn voor kinderen en dat lukt alleen maar als alle poppetjes effectief samenwerken.”

Naar overzicht